Hemelse snelheid

Het is laat op de avond en hij zit alleen in zijn zwarte Renault Kangoo. De reis naar Staphorst is nog lang. Hoewel hij keurig om half zes naar vrouwlief heeft gebeld dat ze niet op hem hoefde te wachten met eten, wil hij toch snel thuis zijn. Zijn bedstee roept. De kilometerteller geeft 120 aan en hij twijfelt. Hij wil zo graag harder, maar het mag niet. Hij kijkt recht in de ogen van het bungelende Jezus-beeldje aan de achteruitkijkspiegel en zijn twijfels verdwijnen als sneeuw voor de zon. Eén keertje vindt ie vast niet erg. Hij haalt diep adem en dan doet hij het.

Eerst trapt hij nog zachtjes, maar al snel gaat het gaspedaal harder naar beneden. Hij rijdt nu 130 en kijkt schichtig om zich heen. Hij weet dat hij alleen is, maar tóch voelt hij de aanwezigheid van iemand die streng over zijn schouder meekijkt. Alsof iemand hem er op wil attenderen dat hij zondigt. Hij negeert het nare gevoel en voert agressief de snelheid op tot 135. Hij heeft zich potverdrie toch niet voor niets zo uitgesloofd vanavond? Zijn zwetende vingers plakken al aan het stuur. Bijna thuis.

De Tweede Kamer debatteerde dinsdagavond over de maximumsnelheid. De regeringspartijen willen graag automobilisten de mogelijkheid bieden om op sommige wegen 130 te rijden. De oppositie wil dat niet. En toen was daar ineens Elbert Dijkgraaf van de SGP. “Laat ons allen 135 rijden” sprak hij zalvend. Waaghals dat hij is! Stiekem heeft Elbert al gedroomd over de adrenalinestoot die zo’n ongekende snelheid met zich mee brengt. Een zalig gevoel.

Het verontrust me dat de SGP met het ’135-idee’ komt. Uitgerekend de partij, die met zijn tijd mee gaat in het tempo van een gehandicapte naaktslak, toont zich bij dit thema vooruitstrevender dan welke partij ook. Tegenstrijdiger kan het niet. Als het over abortus of winkelzondagen gaat, blijft de SGP hangen in 1931, maar bij het snelheidsvraagstuk zijn ze plots haantje de voorste. Elbert denkt daar niet aan. Heeft hij helemaal geen tijd voor. Op het puntje van zijn stoel zit hij inmiddels. Verstand op nul en gaan met die banaan. Zo hard mogelijk.

Ongepaste klant

Samantha is een sexy, donkerharige dame van lichte zeden. Ze houdt dingen graag simpel. Bij de bakker koopt Samantha een brood en bij de groenteboer een bos winterpenen. In haar werk is ze ook zo makkelijk. Groeten, uitkleden, wippen. Zin om te gaan studeren heeft ze nooit gehad. Waarom studeren als je met je lichaam ook een dik belegde boterham kunt verdienen? Niet moeilijk doen als het makkelijk kan, dat is het levensmotto van Samantha. Al vanaf dat ze een klein meisje was.

Wat ze later wilde worden? Slapend rijk. Gezien haar huidige activiteiten kun je zeggen dat ze daar verdomd dichtbij in de buurt komt. Vrienden van me zeggen dat ze sommige handelingen zó goed onder de knie heeft, dat ze alleen al van de fooi een royaal leven kan leiden. Amper 25 jaar is ze, maar reeds schatrijk. Eigen kamertje gekocht inclusief gas en rood licht. En geen IKEA-bed meer, maar een echte Auping.

Ik belde haar vorige week. “Sam, ik krijg signalen dat je intussen wel erg veel centen in die panty hebt zitten, daar moet je mee naar de bank. Ik bedoel, stel je voor dat Hete Henkie zijn grijpgrage handjes eens niet onder controle heeft, dat kan je kapitalen kosten” zei ik. Ze was het met me eens. Dus Samantha naar de bank. De Rabobank. Ze loopt de bank binnen en herkent direct een paar suffe kantoorpikkies die ze er al eens onder heeft gehad op haar Auping. De mannen herkennen sexy Samantha ook en maken zich als een haas uit de voeten. Samantha loopt op de baliemedewerkster af, die vraagt wat ze voor Samantha kan betekenen. “Ik heb de nodige contante euro’s en die wil ik graag op een bankrekening zetten” zegt ze. “Aha, wat is uw beroep mevrouw?” vraagt de bankbediende. Samantha geeft aan dat ze van de betaalde liefde is en hoort van de bankjuf dat er dan helaas een probleem is.

“Uw beroep past niet bij de maatschappelijke visie van de Rabobank” zegt de Rabomevrouw. Moet je net Samantha hebben. “Luister eens tutmuts, ik sjef in een week meer geld bij elkaar dan jij in een heel jaar. Een paar van die burgerlullen, die ik net gauw weg zag sprinten, heb ik als klant. Mij hoor je toch ook niet klagen dat ze niet bij me passen, ondanks dat ze telkens weer zo’n miezerig splintertje uit hun gulp toveren?” buldert Samantha. Niet te stoppen is ze nu. “Laatst had ik nog die hoge piet van jullie over de vloer. Hoe heet ie ook alweer, Moerland? Had dringend behoefte aan afleiding omdat hij op zijn werk complexe vraagstukken kreeg voorgeschoteld om de bank door de crisis te loodsen. Ik zei dat hij niet zo ingewikkeld moest lullen, maar zich gewoon moest uitkleden. Ik doe niet moeilijk over wie ik als klant onder me heb liggen en dat zouden jullie ook niet moeten doen!” roept Samantha. Onverrichter zaken en boos beent ze de bank uit. Voortaan vraagt ze eerst een visitekaartje van haar klanten. Rabomannetjes betalen per direct 25% meer. Samantha is daar heel makkelijk in.