Praat me niet van snelwegschutters!

Vroeger was ik gek op pijltjes schieten met een pvc-buis. Ik knipte lange repen papier uit de NCRV-gids. Welke dag, dat maakte geen verschil. Zaterdagen schoten net zo nauwkeurig als maandagen. De strook papier wikkelde ik om wijs- en middelvinger. Dan trok ik de wikkel voorzichtig in een scherpe punt, bevochtigde ik met mijn tong het stukje papier aan het uiteinde en ik had een pijl. In de pvc-buis leggen, mikken en blazen maar. Ik schat dat ik indertijd de programmering van dik een half jaar televisie door open ramen in de buurt moet hebben geschoten. Leuk als je tien bent, stom als je elf wordt. Zo snel gaat dat. Bij de meesten tenminste, want niet alle kleintjes worden groot.

Pijltjes worden ijzeren balletjes, een pvc-buis wordt een luchtbuks en open ramen worden gesloten autoruiten. En zie daar, bizarre toestanden op de snelweg zijn geboren. Nederland is in de ban van een snelwegschutter. Alsof een waxinelichthoudersmijter, een Suzukistumper en een Damschreeuwer nog niet genoeg zijn. Het kan altijd gekker. Afgelopen maandag heeft Malle Eppie voor de vierendertigste keer een auto beschoten. Achterruit aan diggelen en de bestuurder over zijn toeren. Wanneer bedenkt iemand dat hij op rijdende auto’s gaat schieten? Hoeveel pillen moet je hebben geslikt (of juist hebben overgeslagen) om met een buks in lang helmgras te gaan liggen wachten, totdat er een rode Fiat Panda voorbij komt? Ik denk veel. Heel veel. En wat te denken van het aantal beschietingen! Bij één keer denk ik nog aan iemand die moeite heeft met een prijsverhoging van het ANWB-lidmaatschap, maar vierendertig keer? Dan is er meer aan de hand een tweede lekke band in dezelfde week of een rood stoplicht waar je niet op zit te wachten.

Dat er een verknipte maniak vanuit de struiken langs de snelweg op willekeurige auto’s schiet is erg. Maar erger nog is de aandacht voor deze mislukkeling. Ik vraag me af of ik de enige ben die het door heeft. Die door heeft dat televisie en kranten er juist voor zorgen dat hij blijft aanleggen voor weer een nietsvermoedende automobilist op de A29. Thuis lieten mijn ouders mij vroeger gewoon mijn gang gaan met m’n pijltjes. Niet te veel van zeggen, dan waait het zo weer over. Dat lijkt me nu ook het beste.

Frank de Boer scrabbelt zijn hoofd leeg

Een voetbaltrainer staat voortdurend onder druk. Altijd maar presteren, terwijl verwaande directeuren continu over je schouder mee kijken. Of kritische fans, die onophoudelijk achter de dug out staan te schreeuwen dat je die ene waardeloze verdediger moet wisselen. Je moet van goede huize komen, wil je tegen die druk kunnen. Frank de Boer is zo iemand. Nu weet ik waarom.

Ik lees dat Frank de Boer een ideale manier heeft gevonden om zijn hoofd leeg te maken. Frank speelt namelijk Wordfeud met zijn vrouw om even alle tactische hoogstandjes, die voortdurend bij hem op poppen, te vergeten. Dit nieuws moet ik even op me in laten werken. Frank de Boer, de tot dusver uiterst succesvolle trainer van Ajax. De voormalige topverdediger van absolute wereldklasse. De man, die met een fluwelen pass in 1998 aan de basis stond van de winnende goal van Oranje tegen Argentinië. Die man komt onder de zware druk van het trainersvak uit door een potje online te scrabbelen tegen zijn vrouw!

Bedenkelijk zie ik De Boer aan de zijlijn van het trainingsveld naar zijn iPhone staren. Om de dertig seconden fronst hij met zijn wenkbrauwen en legt zo nu en dan zijn hand op zijn klamme voorhoofd. Waar ik denk dat hij ernstig twijfelt of hij zijn ploeg in een ruit met de punt naar voren of naar achteren zal laten spelen, legt Frank soepel het woord vork op het online speelbord. Drie keer woordwaarde. Daar heeft zijn vrouw vast niet van terug. Ik zie Frank wat roepen naar zijn assistent en denk aan een technische instructie over een ingewikkelde oefening met pionnen. Maar intussen vraagt hij doodleuk aan Hennie Spijkerman of penalty wel een echt woord is. Hennie knikt, Frank glundert. Dit potje gaat hij winnen.

Druk doet vreemde dingen met trainers. In gedachten zie ik Fred Rutten in de weer met het onder kliederen van een oude bloempot om de matige prestaties van PSV even te vergeten. Met een kwast een dikke blauwe stip schilderen en denken aan helemaal niets. Toevallig heb ik morgen een hele drukke dag. Geloof dat ik mijn moeder even bel voor een spelletje Rummikub. De kop even leeg maken en er daarna vol tegen aan.

 

Postzegelverzamelaar vermist

Vroeger verzamelde ik postzegels. Waarom weet ik niet meer precies. Ik denk dat het iets te maken had met het gemak van de hobby. Van een verzameling opbouwen word je zelden moe. En het is altijd beschikbaar. Wanneer jij dat wilt, pak je je boeken met postzegels uit de kast en kijk je een paar minuten naar een Indonesisch exemplaar waar wijlen president Soeharto op afgebeeld staat. Omdat het kan. Als ik mijn zegels zat was, ging ik bij de boekhandel nieuwe halen van een exotisch land. Zo’n land waarvan je zeker wist dat er geen verre neef woonde, die jou ooit een ansichtkaart zou sturen. Niet zonder reden dacht ik vandaag aan mijn oude hobby.

Er wordt een Utrechtse postzegelverzamelaar vermist in Noord-Korea. Dat is schrikken. Er schieten me allerlei vragen te binnen. Is postzegelverzamelaar ook een beroep? Wat doet hij in Noord-Korea? Maken ze daar überhaupt gebruik van postzegels? En staat Kim Jong-Il daar dan op afgebeeld? Wat is de postcode van Pyongyang? Kijk, dat vertelt de krant allemaal niet. En dat terwijl je bij zo’n krantenkop zo graag meer wilt weten. ‘Boekhouder spoorloos in Benidorm’, dat lees je nooit. ‘Apothekersassistent verdwenen in de Alpen’ evenmin. Ze leggen het allemaal af tegen deze ongelukkige filatelist. Het zit ‘m in de combinatie van postzegels verzamelen en Noord-Korea. Dat verwacht je niet. Het heeft iets mysterieus.

Wim van der Bijl heet de beste man. Dat zegt niemand iets. Ene oor in, andere oor uit. Niet dat ik hem geen goede afloop van zijn bezoek aan Noord-Korea wens, maar het maakt het nieuws minder spannend. Ik besluit die naam snel te vergeten en slechts te denken aan de vermissing van een postzegelverzamelaar in een totaal onbekende dictatuur. Het is fascinerend. Een eenzame strijder verwikkeld in een zoektocht naar de laatste ontbrekende postzegel in zijn imposante verzameling. Eigenlijk is de postzegelverzamelaar nu zelf als die ene zeldzame postzegel geworden. Die ene waarvan je weet dat hij bestaat en ergens rond zwerft. Alleen degene die er écht naar op zoek gaat, zal hem ooit vinden. Wanneer en in wat voor conditie je hem vindt, dat weet je nooit.

Criminelen horen op straat, niet op YouTube

Woeste Wouter staat al tweeënhalf uur te schoffelen in het park. Hij vraagt zich af hoe het kan dat onkruid zo hard groeit op plekken waar je het niet wilt. Heeft hij nooit begrepen. Wouter staat niet voor zijn lol te tuinieren in de hitte. Hij heeft straf. Taakstraf. Iets met een laffe beroving en een bejaarde.

Het nare voor Wouter is dat iedereen in het park kan zien dat hij iets uitgevreten heeft, omdat hij een oranje hesje aan heeft. Dat is een onderdeel van de straf. ‘Werkt voor de samenleving’ staat er met dikke letters op zijn buik. Je kunt je afvragen waarom belastinginspecteurs die tekst niet op hun overhemd hebben staan. Of politici. Of gemeenteambtenaren. Dat die mensen je er aan herinneren dat ze voor je wérken. Dertig meter verderop bij de grote eik staat een groep pubermeisjes. Ze krijgen Wouter in het vizier en beginnen te lachen. Lang en hard. “Daar staat weer zo’n stumper die zich niet kon gedragen” roept er eentje.

Wouter duikt vol van schaamte in de rozenbottelstruiken om er een leeg pakje sigaretten op te rapen. Zijn gedachtendwalen af naar de gebeurtenissen van de vorige week. Nu hij daar zo op terugkijkt, vindt hij het eigenlijk maar een rare gang van zaken. Eerst beroofde hij die oude vrouw vlak voor het zebrapad van haar handtas. Dat had hij iets slimmer aan moeten pakken, vindt hij nu. Hij was er dan wel als een haas vandoor gegaan met de buit, maar dat oude dametje had hem herkend. Daags na de overval stond de politie voor zijn deur. Gelukkig voor Wouter had een voorbijganger de overval gefilmd en de beelden online gezet. En dat is sinds kort verboden.

Wouter weet ook dat de privacywetgeving tegenwoordig zo in elkaar zit, dat je niet ongestraft meer filmpjes van misdaden op internet mag plaatsen, waarbij de dader herkenbaar in beeld is. Lieden die dat tóch wagen, riskeren boetes tot liefst vijfentwintigduizend euro.

Wouter schiet in de lach als hij aan die filmende voorbijganger denkt. “Ik moet misschien wel tachtig uur schoffelen” denkt Wouter, “maar dat is lang zo erg niet als de torenhoge boete voor die gluiperd die van mij een YouTube-hit durfde te maken!”

Niemand weet hoe, maar Amy is dood

Het kan nog maanden duren voordat de doodsoorzaak van Amy Winehouse bekend is. Niet eerder dan 26 oktober wordt vastgesteld waar de gevallen diva precies aan overleed. Ik zie de worsteling van de lijkschouwer voor me. Een heidens karwei moet het zijn, het levenloze, chemische lichaam van Winehouse onderzoeken. Er achter proberen te komen of het de vierenhalve fles Jack Daniels was of het zevende lijntje coke dat haar de das om deed. Menig toxicoloog wordt danig op de proef gesteld. Het is alsof een plastisch chirurg probeert om in het lijf van Marijke Helwegen nog een enkele natuurlijke vezel te vinden die hij kan botoxen. Je weet dat je uiteindelijk wat vindt, maar je moet graven. Diep graven.

Arme Amy. Zo veel talent als ze had, zo weinig discipline om een glorieuze carrière na te jagen. Met Rehab als eerste grote hit begon ze veelbelovend. Ik zette ‘m vandaag nog maar eens op. Goed hard. Je kunt veel van haar zeggen, maar Amy’s geluid swingt wel. Als je goed naar haar zwoele soulstem luistert, denk je de muziek te horen van een onbekende nazaat van Aretha Franklin en Marvin Gaye. Een stem die je raakt.

Nu is ze dood. Op jonge leeftijd, maar daardoor niet minder onverwacht. Eigenlijk valt het me nog mee hoe lang ze het heeft vol gehouden. Ik zag beelden van één van haar laatste optredens in Belgrado. Stomdronken waggelde ze als een manke gans over het podium. Niet meer wetende wat de lettervolgorde van haar succesnummer Valerie ook alweer was. Medelijden. Het is alsof je naar een demente bejaarde in een rolstoel kijkt, die om de minuut bedenkt dat hij prima kan lopen en even zo vaak voorover valt.

Ik denk dat het moment waarop je bedenkt dat je iemand beter uit zijn lijden kunt verlossen niets te maken heeft met leeftijd. Velen bereiken die status als ze ver in de negentig zijn en sommigen zijn zevenentwintig. Belangrijker is wat je bij blijft van de glorietijd van de betrokkene, hoe kort ook. In het geval van Amy Winehouse wint haar muziek het bij mij nog net van haar verslavingsavonturen. Maar veel langer had het niet moeten duren. Amy, rust zacht.