Twitterstilte

Mijn Twitter-account was zaterdagavond een kwartier lang stil. Precies zoals de initiatiefnemers van de #twitterstilte voor Alphen dat graag wilden. Om zo medeleven te tonen voor de nabestaanden van de schietpartij in een winkelcentrum. Ik was iets anders aan het doen. Koffie drinken. Na een bord rijst met kip is er niets lekkerder dan dat. Ook na een willekeurige andere maaltijd trouwens. Ik genoot intens van de geur van versgemalen koffie en zakte diep weg in een stoel. Mijn gedachten gingen uit naar niets. Helemaal nergens aan denken, heerlijk. Ik dacht niet aan de lekkende stortbak, niet aan de vaatwasblokjes van Dreft, die ik vergat bij de AH. En ook niet aan de slachtoffers van de aanslag in Alphen. Ik dacht gewoon aan niks en dronk mijn koffie.

Onbewust gaf ik gehoor aan de twitterstilte. De starters van deze actie kunnen trots op me zijn. Eerlijk gezegd was ik ook wel toe aan een kwartiertje rust. De hele dag niets anders gedaan dan tweets vol afschuw en onbegrip over de schietpartij gelezen en televisie gekeken. Ik zag honderden berichten van woedende twitteraars. Al lezende, voelde ik mij niet anders dan de gemiddelde twitterende Nederlander. Brok in de keel en kippenvel.

Na de eerste achtendertig Journaals met aangrijpende beelden, begon op televisie het geëmmer over wapenvergunningen en zonderlingen in de maatschappij. Gedragsdeskundigen, psychologen en hoogleraren buitelden over elkaar heen om hun plasje te doen over de doodzieke geest van de moordenaar van Alphen. En je weet: dit gaat nog heel lang zo door. Over drie weken weet iedere Nederlander dat de dader in groep acht een uitzonderlijk lage score had op de CITO-toets, vrij laat begon met puberen en dat hij vroeger een konijn had. Vlekkie. Discussies in praatprogramma’s over de vraag of nog thuis wonen op je vierentwintigste nu wel of niet van invloed is op een laffe daad als deze.

Ik plaatste zaterdagavond een kwartier lang geen tweets, maar herdacht ook de doden niet in die vijftien minuten. Mensen herdenken, die je niet kent. Ik zou niet eens weten hoe je dat precies doet. Wel keek ik lang en geïntrigeerd naar de televisiebeelden. Ik probeerde me voor te stellen hoe het zou voelen om betrokkene te zijn van de misselijke slachtpartij. Dat lukte me niet, maar het moet verschrikkelijk zijn.