Symbolische waarde

Er spookt al twee weken een prangende vraag in mijn hoofd. En niet alleen in dat van mij. De vraag is de volgende. Waarom bleven de ministers Opstelten en Schippers angstvallig in hun brandweerbusje zitten bij hun bezoek aan de brand in Moerdijk? Menig journalist heeft zich dit openlijk afgevraagd en tot op heden heeft niemand de vraag kunnen beantwoorden. Maar ik ben er uit!

Eerst dacht ik dat Opstelten en Schippers de rit achterin de bus gebruikten om uitgebreider met elkaar kennis te maken. Het valt toch niet mee om met zo’n nieuwe ministersploeg direct tot grote prestaties te komen. Daarvoor moet je elkaar natuurlijk goed kennen. Weten wat je collega op de boterham heeft tijdens de lunch. Van elkaar weten op welk strand men luiert tijdens het zomerreces. Maar nee, beiden komen uit het VVD-nest. Die kenden elkaar natuurlijk al van haver tot gort. Dit was niet de reden van de weigering om de bus uit te komen en de hulpverleners een hart onder de riem te steken.

Toen dacht ik even aan het kinderslot. Dat zal je gebeuren zeg. Dat je haast niet kunt wachten met uitstappen en voor de camera’s die groengele dampen diep inhaleert om te bewijzen dat deze heus niet schadelijk zijn voor je gezondheid. En dat dan het portier op kinderslot zit! Dat wil je niet. Ik meende een wild op de autoruiten bonkende Opstelten te zien met zijn neus tegen het raam gedrukt. Later bleek dat hij zwaaide naar het camerateam van de NOS.

Nee, het antwoord is even briljant als eenvoudig. Opstelten en Schippers gaven het volk een geheim teken! Ze hebben Nederland op geniale wijze duidelijk gemaakt hoe het nieuwe kabinet omgaat met problemen. Namelijk: laten merken dat je iets heel belangrijk vindt, maar er in de praktijk helemaal niets aan doen. En zo werden er ministers op deze ‘ramp’ afgestuurd, die vervolgens expres bleven klessebessen achterin de bluskar. Een klassiek voorbeeld van symboolpolitiek. Gaat de kwestie Afghanistan niet precies zo? Het kabinet Rutte vindt een nieuwe missie heel belangrijk. Ligt echter gevoelig en dus stuurt men alleen politiemensen. Of het fileprobleem. Hard roepen dat je dat thema  serieus neemt en vervolgens voorstellen de maximumsnelheid te verhogen met 10 kilometer per uur. Daadkracht van symbolische waarde.

Intussen hadden de nieuwbakken ministers het prima naar hun zin in de bus. “Kijk dan, ze denken echt dat we er uit komen” fluistert Opstelten. “Haha, ja inderdaad, ik zie de brandweercommandant al aan komen dartelen. Chauffeur, gas!” roept Schippers, “We hebben vanmiddag nog een debat te voeren over het boerkaverbod.”



Hete tweets

Goh, wat ga ik ze missen. Brandweer-tweets. Met veel plezier volgde ik op Twitter de verrichtingen van diverse spuitgasten. Er gaat niets boven hete tweets van de werkvloer. Stonden ze in een vuurzee met een half verschroeide stoppelbaard een fikkend fabriekspand te blussen. Twitterden ze berichten als: “@Firefly49  Gloeiende gloeiende, het wordt me nu wel erg heet onder de voeten. Ik snak naar koud bier #rapblussendiehap #heet” en  “@SmokingPeter  Check dit verkoolde karkas, zo zie je ze toch niet vaak! http://twitpic.com/3asx97 #zwart”. Burning tweets, I like ‘em. Maar helaas!

Antiheld Gerrit Spruit heeft het zijn brandweerlieden verboden om tijdens hun werk tweets over blusbelevenissen de wereld in te sturen. De mannen kunnen disciplinaire maatregelen verwachten als ze niet luisteren. Spruit vindt dat zij het maken van foto’s van helse vuurhaarden en in bomen vastzittende katten moeten overlaten aan de media. Commandant Gerrit Sp(r)uit, alleen al om zijn naam weinig populair bij zijn onderdanen, noemt het gebruik van Twitter op de brandweerwerkvloer digitaal exhibitionisme. Nu staan zijn twitterende brandweermannen misschien graag met een brandweerslang in hun handen, maar om ze daarom te beschuldigen van perverse maniakken, die de neiging hebben om hun spuit aan de digitale wereld te tonen, gaat veel te ver. Ik denk juist dat de brandweerhelden op hun werk foto’s kunnen maken die het grote publiek zonder hen nooit zou zien. Geen enkele journalist die het waagt om ze op de voet te volgen als zij een flat binnen gaan, die volledig in lichterlaaie staat. Ze kijken wel uit. Het respect voor de brandweerman neemt volgens mij alleen maar toe als iedereen ziet in welke gevaarlijke situaties zij zich met regelmaat bevinden.

Ook is het niet onder je werk mogen twitteren behoorlijk achterhaald. Kijk naar een willekeurig Tweede Kamer-debat en je begrijpt wat ik bedoel. De Maxime Verhagens en André Rouvoeten zijn tegenwoordig louter druk met het checken van hun timeline op Twitter. Wat mij nou leuk lijkt is dat er een enorme brand uitbreekt in de Tweede Kamer tijdens een debat over een hot issue. Zó hot dat ruim de helft van de Kamerleden gewoon zit te twitteren. En dat die spuitgasten dan binnen komen stormen, de aan hun smartphone gekluisterde volksvertegenwoordigers aantreffen en vervolgens massaal hun hoofd naar chef Spruit toekeren. “Waarom zij wel en wij niet?” Als ik commandant Spruit was, zou ik het twitteren per direct weer toestaan en zelf de eerste tweet plaatsen. “@TwitterendNL  Vandaag politieke beroepstwitteraars geblust in Den Haag. Omdat we niet anders konden #helden #brandweer”

Meer columns!!