Frank de Boer scrabbelt zijn hoofd leeg

Een voetbaltrainer staat voortdurend onder druk. Altijd maar presteren, terwijl verwaande directeuren continu over je schouder mee kijken. Of kritische fans, die onophoudelijk achter de dug out staan te schreeuwen dat je die ene waardeloze verdediger moet wisselen. Je moet van goede huize komen, wil je tegen die druk kunnen. Frank de Boer is zo iemand. Nu weet ik waarom.

Ik lees dat Frank de Boer een ideale manier heeft gevonden om zijn hoofd leeg te maken. Frank speelt namelijk Wordfeud met zijn vrouw om even alle tactische hoogstandjes, die voortdurend bij hem op poppen, te vergeten. Dit nieuws moet ik even op me in laten werken. Frank de Boer, de tot dusver uiterst succesvolle trainer van Ajax. De voormalige topverdediger van absolute wereldklasse. De man, die met een fluwelen pass in 1998 aan de basis stond van de winnende goal van Oranje tegen Argentinië. Die man komt onder de zware druk van het trainersvak uit door een potje online te scrabbelen tegen zijn vrouw!

Bedenkelijk zie ik De Boer aan de zijlijn van het trainingsveld naar zijn iPhone staren. Om de dertig seconden fronst hij met zijn wenkbrauwen en legt zo nu en dan zijn hand op zijn klamme voorhoofd. Waar ik denk dat hij ernstig twijfelt of hij zijn ploeg in een ruit met de punt naar voren of naar achteren zal laten spelen, legt Frank soepel het woord vork op het online speelbord. Drie keer woordwaarde. Daar heeft zijn vrouw vast niet van terug. Ik zie Frank wat roepen naar zijn assistent en denk aan een technische instructie over een ingewikkelde oefening met pionnen. Maar intussen vraagt hij doodleuk aan Hennie Spijkerman of penalty wel een echt woord is. Hennie knikt, Frank glundert. Dit potje gaat hij winnen.

Druk doet vreemde dingen met trainers. In gedachten zie ik Fred Rutten in de weer met het onder kliederen van een oude bloempot om de matige prestaties van PSV even te vergeten. Met een kwast een dikke blauwe stip schilderen en denken aan helemaal niets. Toevallig heb ik morgen een hele drukke dag. Geloof dat ik mijn moeder even bel voor een spelletje Rummikub. De kop even leeg maken en er daarna vol tegen aan.

 

Bourgondisch eetfestijn in Den Haag

De schepschotel van het restaurant van de Tweede Kamer moet verdwijnen. Dat vindt de hele fractie van de Partij voor de Dieren. Ja, alle twee vinden ze dat. Ik wist niet eens dat Haagse volksvertegenwoordigers tijd hadden om te lunchen, maar het blijkt dat ze voor een paar centen onbeperkt kunnen nassen van de daghap. Kauwen, kauwen en nog eens kauwen voor krap zeven euro. Volgens de PvdD staat dat haaks op de bezuinigingen en is het milieuonvriendelijk bovendien.

“Voor zeven euro kun je wel vier keer een stuk kip nemen” moppert Esther Ouwehand tegen een verslaggever. Waarom ze juist de kip noemt? Geen mens die het weet. Hadden net zo goed zevenenveertig salmiakballen kunnen zijn. Of drie liter appelmoes. Het gaat de PvdD om het principe: wie meer neemt, moet meer betalen. Ik heb een dringend verlangen om een keer aan te schuiven in de kantine van de Tweede Kamer. Wat ik dan toch zou meemaken.

In de pauze zitten Esther Ouwehand en Marianne Thieme wat te keuvelen. Zij aan zij aan de lange tafel. Knabbelend op een walnoot uit hun dure gemengde salade komen de megastallen ter sprake. “Wat een meedogenloze vleesfabrieken zijn dat toch. Bah!” Even verderop zit Fred Teeven. Mouwen opgestroopt en een rood-wit servet bij zijn boord in gepropt. De ene na de andere druppel vette jus druipt van zijn kin op de tafel. “Jan Kees! Jan Kees!” roept hij met volle mond. “De gehaktballen zijn heerlijk jongen, ik heb er al drie op. Zalige schepschotel vandaag!” buldert Teeven. Ouwehand en Thieme schrikken op van de schranzende liberaal. Met een vernietigende blik staren ze de Billy Turf van de VVD aan. Dat worden Kamervragen.

Ware politiek gaat tegenwoordig door de maag, zo blijkt. De minister legde al uit hoe je tegenwoordig komkommers en taugé moet bereiden, de PvdA alles te vertellen over wel of juist niet ritueel slachten en de PvdD stelt Bourgondische praktijken in de kantine ter discussie. Ik dacht altijd gedacht dat politici het grotere geheel van details konden scheiden, maar niets is minder waar. Wat er in de kantine op het dagmenu staat, hoe het bereid is en wat het kost, dát is pas belangrijk.

Er was eens een topman met een kamermeisje

Het is een drukte van belang voor de rechtbank in New York. Een grote verzameling kamermeisjes staat Dominique Strauss-Kahn op te wachten. “Shame on you, shame on you!” roepen ze hem toe als hij uit een dure bolide stapt. Het doet DSK niets. Stoïcijns loopt hij de schreeuwende schorten voorbij met een vrouw aan zijn arm. Eenmaal binnen verklaart de Franse charmeur onschuldig te zijn in de zaak van het verkrachte kamermeisje. Slechts weinigen lijken de gevallen IMF-topman nog te geloven, maar niemand die precies weet wát er gebeurd is in de bewuste hotelkamer. Het is met de gebeurtenissen in de hotelkamer van DSK eigenlijk net als met de door de EHEC-bacterie besmette groenten: je twijfelt of het de komkommer, de rucolamelange of de taugé is, maar dat er iets niet in de haak is, weet je zeker.

Dominique Strauss-Kahn. Een man met status. Met geld bovendien. Die kent mensen, belangrijke mensen. Maar is dat genoeg om hem uit de gevangenis te houden? De verdediging staat te popelen om de zaak op “seks met wederzijdse goedkeuring” te gooien. Stel je als vrouw eens voor hoe dat zou gaan.

Daar sta je dan, als nietsvermoedend, arm kamermeisje. Een pluisje van de spiegel te poetsen in een luxe hotelsuite. Komt er plots een gerimpelde grijsaard uit de badkamer. Met alleen een handdoek om zijn middel. Een woest aantrekkelijk beeld. Je mond valt open. “DSK! Mon amour!” stamel je en teder friemel je aan de knoop van zijn handdoek. “Je te veux! Maintenant!” bromt Dominique zacht maar dwingend in je oor en begint met zijn grote handen wat te rommelen onder je schort. Heerlijk vind je het. Als je je handen op zijn harige billen legt, voel je DSK’s macht door je hele lijf. Kippenvel.

Ik benijd de jury die het vonnis mag gaan vellen over Strauss-Kahn. Alle smeuïge details van deze hotelromance tussen de degelijke dienstmeid en de Franse Ruud Lubbers zullen ze onder ogen krijgen. Als het aan DSK’s verdediging ligt, zal het verhaal de jury als een sprookje in de oren klinken. Maar ik vraag me af of zij Dominique en zijn kamermeisjesfantasie nog lang en gelukkig zullen laten leven.

Appeltaart voor de grootste mond

“Oh my God! This apple pie is fucking tasty, isn’t it?” Bill Clinton schreeuwde het uit van genot. Afgelopen weekend was hij op bezoek in Amsterdam. Omringd door zes enorme kleerkasten wandelde de Amerikaanse oud-president zomaar een café binnen. Bill bestelde koffie met appeltaart. Zelf gebakken appeltaart. Dit was het nieuws dat ik zeker niet wilde missen. Helemaal niet toen de NOS-presentator mij in herhaling vertelde dat Bill zó wild werd van de appeltaart, dat hij met een extra exemplaar onder zijn arm de deur uit liep. Voor wie hij die taart meenam vertelde de verslaggever niet. Het kon me eerlijk gezegd ook geen reet schelen. Enige waar ik aan dacht, was hoe het omgekeerd zou gaan. In Amerika.

Met enige aarzeling schuifelt Jan Peter Balkenende in New York een filiaal van McDonald’s in. Gewoon op klaarlichte dag, zonder bodyguards. Hij heeft trek in een McFlurry. Aardbei. Dochterlief houdt zijn hand stevig vast, terwijl papa Balkenende de prijzen bekijkt. Ze wil graag vanille. Tot tweemaal toe wordt Jan Peter opzij geduwd door een dikke Amerikaan. Hij kijkt beteuterd, maar durft er niets van te zeggen. Eenmaal aan de beurt vraagt de bediende hem snauwend wat hij wil. “Hello, I’m Jan Peter Balkenende and I like two McFlurry’s with strawberry and vanilla.” Ruw krijgt hij ze tegen zich aan gedrukt. Het deksel schiet er af en het T-shirt Jan Peter zit onder de aardbeismurrie. Heel even overweegt hij te roepen dat hij toch echt de voormalig premier van The Netherlands is, maar hij houdt zich in. Beleefd blijven.

Reeds tien jaar geen president meer zijn en niet zonder bodyguards appeltaart kunnen eten in Amsterdam versus een besmeurd jasje van Nederlands’ vorige premier. Het is het verhaal van de pitbull en het schoothondje. Bill uitbundig met een stuk appeltaart in zijn giechel in het NOS-Journaal en Jan Peter die met zijn McFlurry de Amerikaanse roddelpagina’s nog niet zou halen. Het is een schrijnende constatering. Degene met grootste mond bepaalt niet alleen wat er gebeurt, maar wenst ook door zijn ondergeschikten vol gestopt te worden. En niet alleen met zelf gebakken appeltaart.

Vergeet je organen niet!

Onlangs 18 geworden en nog niet geregistreerd in het Donorregister? Opgelet dan! De kans dat je minister Schippers (Volksgezondheid) binnenkort achter je aan krijgt is groot. Zij gaat jongeren eraan herinneren een donorregistratieformulier in te vullen. Schippers hecht er veel waarde aan dat iedereen zijn keuze voor orgaandonatie vast laat leggen. Je kunt het maar geregeld hebben.

Ik snap het initiatief van de minister niet. In februari gaf ze aan het Nederlandse donorregistratiesysteem niet aan te passen. In plaats van een keuzemoment voor orgaandonatie op je achttiende, was er een plan om iedereen automatisch donor te laten worden. Tenzij betrokkenen daar bezwaar tegen maken. Schippers ziet deze wetsaanpassing echter niet zitten. Volgens haar maakt dit inbreuk op het zelfbeschikkingsrecht. Maar als je dat recht zo hoog in het vaandel hebt, dan geldt dat volgens mij ook voor het invullen van een registratieformulier. Tenminste, als jongere zijnde zou ik geheel in Schippers-stijl zelf wel uit maken of ik mijn donorkeuze kenbaar maakte of niet. Een reminder vanuit het ministerie is in dat opzicht a complete waste of money.

Ik ga er gemakshalve even van uit dat de minister zelf donor is. Het is te hopen dat ze een uitzondering heeft gemaakt voor haar ogen. Die gun je niemand. Het zal je maar gebeuren. Dat je Schippers’ gezichtsorganen geïmplanteerd krijgt. Nadat haar iets noodlottigs is overkomen natuurlijk, niet eerder. Ogen die problemen wel zien, maar die beelden niet om kunnen zetten naar daadkrachtige acties. Door haar ogen zie je de enorme wachtlijsten voor orgaantransplantaties, maar het enige signaal dat aan je hersenen wordt doorgegeven is: “misschien moeten we de 18-jarigen aansporen om een donorregistratieformulier in te vullen.” In gedachten zie ik Schippers weer even in dat busje zitten na de chemische catastrofe in Moerdijk. Ze zag de donkere gifwolken haarscherp boven het bedrijf Chemie-Pack hangen en dacht deze door drie keer met haar ogen knipperen te kunnen verdrijven. Gewoon vanaf de achterbank van de bus.

In 2009 overleden er in Nederland 135 mensen, terwijl ze op de wachtlijst stonden voor een orgaantransplantatie. Zelfs met de ogen van Edith Schippers zijn dat er teveel. Dat los je niet op met een herinneringsbrief. Ook zonder transplantatie van een gezond verstand begrijp je dat daar meer voor nodig is.