Stank voor dank

Arme, arme Davids. Het zal je maar gebeuren. Veertig jaar trouwe dienst, net een week met pensioen en je wordt gebeld door Jan Peter Balkenende. Of je in plaats van freubelen in je volkstuintje, expedities op de Moezel en kruiswoordpuzzelen nog even een onderzoek wilt uitvoeren. Geen idee wat je met zo’n telefoontje aan moet. Na nóg twee keer gevraagd te hebben wie ik precies aan de lijn heb, zou ik hard de hoorn op de haak gooien en het nummer opgeven bij het bel-me-niet-register. Ik ben daarom ook benieuwd wat er door het hoofd schoot van Willibrord Davids toen hem werd gevraagd onderzoek te doen naar de Nederlandse bijdrage aan de invasie in Irak. Misschien even een vlaag van eergevoel. Heel even. Dat gevoel moet snel plaats gemaakt hebben voor medelijden. Want Willibrord wist ook dat arme JP zich in een hoekje had laten drukken door schreeuwerige oppositieleden en nu wanhopig op zoek was naar iemand die hem met dat onderzoek uit de brand wilde helpen. En als je dan in gedachten die betraande, rooddoorlopen oogjes achter dat brilletje voor je ziet, word je week van binnen en kún je niet anders dan ja zeggen. Rustig vissen en met je vrouw tandemfietsen kan tenslotte altijd nog. Tegen een schamele ambtenarenvergoeding een beetje neuzen in wat oude notulen en een paar stoffige ambtenaren interviewen stelde Davids zijn pensioen even uit. Wel, waarschijnlijk was hij in de situatie van toen en met de kennis van nu liever eerder in het boek ‘Gepensioneerd, wat nu?’ begonnen.

Een heel jaar zwoegen, wroeten en ploeteren. Zo lang heeft de Commissie Davids er over gedaan om een 550 pagina’s tellend boek te schrijven over de besluitvorming tot Nederlandse steun aan de oorlog in Irak. Geen klus waar ik voor warm zou lopen. Ik kan niet anders zeggen dan dat ik diep respect heb voor de commissieleden en hoop dat ze toch ergens voldoening uit hebben kunnen halen. Waar ze het in ieder geval niet uit gekregen zullen hebben is uit de reactie van de opdrachtgever. Na overhandiging van het resultaat van vele uurtjes speur- en schrijfwerk presteerde Jan Peter het om binnen no-time met een conclusie te komen die niet in het rapport stond. Of hij nou niet door het leesgedeelte van zijn bril keek, last had van spontane dyslexie of gewoon niet zijn beste wedstrijd speelde was mij niet duidelijk, maar voor Davids moet het als een vernedering gevoeld hebben. Hij had het allemaal nog wel zo helder en overzichtelijk geformuleerd in het boek! Maar JP interpreteerde de inhoud geheel op de hem zo kenmerkende en onnavolgbare wijze. Nietszeggend en onbegrijpelijk tegelijk. “Welnu, in de positie van toen, met de kennis van nu en met inachtneming van de latere besluitvorming over dit onderwerp denk ik nu nog steeds dat we toen de juiste beslissing hebben genomen.”  Zoiets. Hoe zou Davids ’s avonds naar het Journaal gekeken hebben? Ik denk diep zuchtend en heel, heel vermoeid. Eindelijk echt met pensioen.

\"\"