Bourgondisch eetfestijn in Den Haag

De schepschotel van het restaurant van de Tweede Kamer moet verdwijnen. Dat vindt de hele fractie van de Partij voor de Dieren. Ja, alle twee vinden ze dat. Ik wist niet eens dat Haagse volksvertegenwoordigers tijd hadden om te lunchen, maar het blijkt dat ze voor een paar centen onbeperkt kunnen nassen van de daghap. Kauwen, kauwen en nog eens kauwen voor krap zeven euro. Volgens de PvdD staat dat haaks op de bezuinigingen en is het milieuonvriendelijk bovendien.

“Voor zeven euro kun je wel vier keer een stuk kip nemen” moppert Esther Ouwehand tegen een verslaggever. Waarom ze juist de kip noemt? Geen mens die het weet. Hadden net zo goed zevenenveertig salmiakballen kunnen zijn. Of drie liter appelmoes. Het gaat de PvdD om het principe: wie meer neemt, moet meer betalen. Ik heb een dringend verlangen om een keer aan te schuiven in de kantine van de Tweede Kamer. Wat ik dan toch zou meemaken.

In de pauze zitten Esther Ouwehand en Marianne Thieme wat te keuvelen. Zij aan zij aan de lange tafel. Knabbelend op een walnoot uit hun dure gemengde salade komen de megastallen ter sprake. “Wat een meedogenloze vleesfabrieken zijn dat toch. Bah!” Even verderop zit Fred Teeven. Mouwen opgestroopt en een rood-wit servet bij zijn boord in gepropt. De ene na de andere druppel vette jus druipt van zijn kin op de tafel. “Jan Kees! Jan Kees!” roept hij met volle mond. “De gehaktballen zijn heerlijk jongen, ik heb er al drie op. Zalige schepschotel vandaag!” buldert Teeven. Ouwehand en Thieme schrikken op van de schranzende liberaal. Met een vernietigende blik staren ze de Billy Turf van de VVD aan. Dat worden Kamervragen.

Ware politiek gaat tegenwoordig door de maag, zo blijkt. De minister legde al uit hoe je tegenwoordig komkommers en taugé moet bereiden, de PvdA alles te vertellen over wel of juist niet ritueel slachten en de PvdD stelt Bourgondische praktijken in de kantine ter discussie. Ik dacht altijd gedacht dat politici het grotere geheel van details konden scheiden, maar niets is minder waar. Wat er in de kantine op het dagmenu staat, hoe het bereid is en wat het kost, dát is pas belangrijk.

Vergeet je organen niet!

Onlangs 18 geworden en nog niet geregistreerd in het Donorregister? Opgelet dan! De kans dat je minister Schippers (Volksgezondheid) binnenkort achter je aan krijgt is groot. Zij gaat jongeren eraan herinneren een donorregistratieformulier in te vullen. Schippers hecht er veel waarde aan dat iedereen zijn keuze voor orgaandonatie vast laat leggen. Je kunt het maar geregeld hebben.

Ik snap het initiatief van de minister niet. In februari gaf ze aan het Nederlandse donorregistratiesysteem niet aan te passen. In plaats van een keuzemoment voor orgaandonatie op je achttiende, was er een plan om iedereen automatisch donor te laten worden. Tenzij betrokkenen daar bezwaar tegen maken. Schippers ziet deze wetsaanpassing echter niet zitten. Volgens haar maakt dit inbreuk op het zelfbeschikkingsrecht. Maar als je dat recht zo hoog in het vaandel hebt, dan geldt dat volgens mij ook voor het invullen van een registratieformulier. Tenminste, als jongere zijnde zou ik geheel in Schippers-stijl zelf wel uit maken of ik mijn donorkeuze kenbaar maakte of niet. Een reminder vanuit het ministerie is in dat opzicht a complete waste of money.

Ik ga er gemakshalve even van uit dat de minister zelf donor is. Het is te hopen dat ze een uitzondering heeft gemaakt voor haar ogen. Die gun je niemand. Het zal je maar gebeuren. Dat je Schippers’ gezichtsorganen geïmplanteerd krijgt. Nadat haar iets noodlottigs is overkomen natuurlijk, niet eerder. Ogen die problemen wel zien, maar die beelden niet om kunnen zetten naar daadkrachtige acties. Door haar ogen zie je de enorme wachtlijsten voor orgaantransplantaties, maar het enige signaal dat aan je hersenen wordt doorgegeven is: “misschien moeten we de 18-jarigen aansporen om een donorregistratieformulier in te vullen.” In gedachten zie ik Schippers weer even in dat busje zitten na de chemische catastrofe in Moerdijk. Ze zag de donkere gifwolken haarscherp boven het bedrijf Chemie-Pack hangen en dacht deze door drie keer met haar ogen knipperen te kunnen verdrijven. Gewoon vanaf de achterbank van de bus.

In 2009 overleden er in Nederland 135 mensen, terwijl ze op de wachtlijst stonden voor een orgaantransplantatie. Zelfs met de ogen van Edith Schippers zijn dat er teveel. Dat los je niet op met een herinneringsbrief. Ook zonder transplantatie van een gezond verstand begrijp je dat daar meer voor nodig is.

Slachten voor het goede doel

In Kirgizië kan de regeringscoalitie weer op volle kracht vooruit. Tot voor kort vochten de deelnemende partijen elkaar nog de tent uit, maar dat is nu verleden tijd. De oorzaak van de vele onderlinge frustraties weten de parlementariërs aan de aanwezigheid van boze geesten. En daar zit niemand op te wachten natuurlijk. Alleen maar ruzie en ellende met geesten, zo is dat nu eenmaal. Die kun je dus maar beter zo snel mogelijk verdrijven. Zo gezegd, zo gedaan. In het parlementsgebouw werden zeven schapen geslacht en dat was het dan met de boze geesten. Na de rituele zuivering loopt de coalitiemachine in Kirgizië weer als een zonnetje.

Conflicten oplossen in je regering. Het is zo moeilijk nog niet. De eerstvolgende keer dat minister Leers weer wordt uitgehoord door een furieuze Tweede Kamer over een uitgezette Iraniër, roep je iets over boze geesten en laat je de plaatselijke veehouder aan rukken. “Twee lammetjes graag, want de sfeer is hier om te snijden.” De Jager en Opstelten stropen hun mouwen op en ontfermen zich met keukenmessen over de jonge dieren. Een stief kwartiertje fileren en weg is de spanning rondom het debat. Net zo makkelijk.

In verkiezingstijd wordt zo’n geestenbanning een stuk lastiger. In die periode zit de Kamer natuurlijk vol met boze geesten. Sterke vertrouwensbanden zijn ineens net iets brozer dan je dacht en het voeren van een gedegen beleid staat plotseling een stuk lager op de agenda. Partijen offeren hun innige samenwerking op als een donderslag bij heldere hemel en kiezen voor eigen gewin. Knappe jongen die dan de boze geesten nog weet uit te drijven. Misschien als je de debatten verplaatst naar een slachthuis. Dat je na het villen van vijvenvijftig mestkalveren plotseling toch een lichtpuntje ziet om samen verder te kunnen.

Ik ben bang dat in Den Haag het verdrijven van boze geesten door een slachting er niet in zit. En dat is niet omdat ik denk dat het niet werkt. Nee, het zit ‘m in die slachting. Want voordat de Tweede Kamer er uit is of dat met of zonder verdoving moet gebeuren, is Nederland alweer drie kabinetten verder.

 

 

Belgen zijn droevige recordhouders

Vorige week stemde ik af op het Belgische Journaal en zag een grote schare bijna naakte mensen op een Brussels plein met een glas champagne in de hand. Dat zag er op de Nederlandse televisie net zo vreemd uit, maar tóch kijk ik liever naar de Belgische. Heeft te maken met het accent. Als Sacha de Boer mij iets vertelt over een auto-ongeluk met een zwaar gewonde denk ik direct aan iemand met een gebroken nek en een gapende hoofdwond. Als een Vlaamse presentatrice hetzelfde nieuwsbericht brengt, denk ik dat het slachtoffer zijn knie heeft gestoten tegen het dashboard.

Met gefronste wenkbrauwen zag ik de blote bende in Brussel op mijn televisiescherm heen en weer schuifelen. Slechts gehuld in groezelige boxershorts en afgedragen strings stonden honderden Belgen driftig te keuvelen in de kou. Ik zag vrouwen met stalactieten, waar grotten in de Ardennen nog een puntje aan kunnen zuigen. Er verschenen mannen in beeld met benen, die nog het meeste weg hadden van ongebakken reuzenpatatten. Het leek ze niet te deren, ze hadden wat te vieren. En niet zomaar iets!

België verbrak afgelopen donderdag het wereldrecord regeringsonderhandelen. Geen land ter wereld deed er ooit langer over om een kabinet te formeren dan onze Zuiderburen. Een prestatie van formaat. Iets waarvoor je halfnaakt de champagne open trekt. Zelfs het na de val van Saddam Hoessein intens verdeelde Irak deed er korter over om een nieuwe regering samen te stellen. Hoe triest het nieuws ook is, de Belgen buigen het om tot iets positiefs: ze zijn weer eens ergens de beste in! Na de grootste verzameling van voorwerpen met lieveheersbeestjesmotief (3.531 stuks) en de langste salami (1.152 meter en 16 centimeter), hebben de Belgen een nieuw record: 249 dagen zonder regering.

Maar de blotebillenparade in Brussel is een schijnvertoning. Een ludieke actie om de aandacht van hun bestuurders te trekken. In werkelijkheid zijn de Belgen diep bedroefd en willen ze hun record helemaal niet vieren. ‘s Avonds kijken ze naar het nieuws en zien beelden van hevige volksopstanden tegen regeringen in diverse Arabische landen. De Belgen hebben een blik in de ogen alsof er een grote schaal met heerlijke malse ossenhaasjes in de vuilcontainer wordt gekieperd. Ze zuchten en het enige wat in ze op komt is: “Oh oh, hádden wij maar een regering waar we het vertrek van kunnen eisen.”

Kunnen we het maken?

Half maart is het zover. Dan vertrekken de eerste Nederlanders naar Afghanistan om een nieuwe missie op te bouwen. Ik denk bij opbouwen dat je nieuwe dingen neer gaat zetten op grote lappen kale grond. Portiekflats, schoolgebouwen, fabriekshallen, dat werk. Stalen hekken om een groot terrein, waar je graafmachines en bulldozers ziet. Mannen met een gele helm, die een dubbele boterham met pindakaas eten in een vaalgroene keet. Met een Penthouse-kalender aan de muur. Als ik langs zo’n bouwterrein loop, denk ik altijd: ja, daar wordt echt iets gemaakt. Maar dat is niet wat de Nederlanders gaan doen in Afghanistan. Een gemiste kans!

Het gaat al jaren slecht met de bouw in Nederland. Een missie naar Afghanistan lijkt me een uitgelezen mogelijkheid om die vele werkloze bouwvakkers een nieuwe kans te bieden. Pluk een paar duizend van die gasten van hun IKEA-bank en stuur ze met een klauwhamer en een cementmolen naar Kabul. Kapotgeschoten gebouwen in overvloed. Werk aan de winkel! Ik schat zo in dat de Afghaanse bouwindustrie niet bepaald welig tiert op het moment. Die kan wel een vleugje Nederlandse deskundigheid gebruiken. Waarom handige jongens hier uit hun neus laten eten, terwijl de gemiddelde Afghaan door de vele kogelgaten zijn muur niet meer kan zien?

Maar nee, het kabinet heeft bedacht om politiemensen en militairen naar het land te sturen om er arme mannen op te leiden tot, ja tot wat? Tot wezens die je zeker niet belt bij een inbraak en die je het liefst zo ver mogelijk bij je uit de buurt houdt. De huidige politiemacht in Afghanistan is corrupter dan Berlusconi en Prins Bernhard samen en van een kwaliteit, dat in Nederland nog niet half in de buurt komt van het niveau straatcoach. Hen in enkele weken omturnen tot allround politieagent is als een olifant in twee dagen leren om zelfstandig zijn kont af te vegen. Geen beginnen aan.

Helaas, het besluit is genomen. Oom agent gaat naar Afghanistan en Bob de werkloze Bouwer blijft thuis. Een kleine 500 miljoen gaat de missie kosten, een bedrag dat je niet even terug verdient met een bonnenquotum. Maar op dat punt kunnen de Nederlanders misschien nog wat leren van Afghaanse agenten. Die weten namelijk wel hoe je meer geld uit een verkeersovertreding kunt halen.