Een vak apart

Ik kan ‘m nog zo opdreunen, de tafel van drie. Van 1 keer drie is drie tot en met tien keer drie is dertig. Makkie. Het leukste van die tafels was altijd dat je dan eindelijk eens legaal mocht schreeuwen in de klas. Met z’n allen tegelijk en zo hard mogelijk natuurlijk, wat een feest! Bij de tafel van zes keek ik bij 7 keer 6 altijd even naar het ettertje van de klas, omdat ik wist dat hij soms de neiging had om dan heel hard “is véértig” te roepen en dan kreeg ik een lach van oor tot oor op mijn gezicht. Mijn dag was goed. Onze meester deed nooit mee met de tafels en nu begrijp ik pas waarom: hij kende ze gewoonweg niet! Maar al mijn meesters en juffrouwen waren wel slim om op een bepaalde manier, want ze lieten het de kinderen tig keer voorschreeuwen waardoor ze de tafels zelf ook onder de knie kregen.

Vandaag verscheen er een rapport over rekenen in het basisonderwijs. Conclusie? Het rekenwerk van de Nederlandse basisscholier staat er niet al te florissant voor. Onze jeugd krijgt de cijfers niet meer op een rijtje. Het meest treurige is dat al die jochies en meisjes daar niets aan kunnen doen. Het niveau van hun docenten is namelijk ver beneden peil. Tijdens het wekelijkse uurtje rekenen staan de leerkrachten met klotsende oksels voor de klas en met de nodige kunstgrepen banen zij zich een weg door de sommetjes van groep 7. Gevolg is dat niet de leerling maar de leraar de onopgeloste staartdelingen als huiswerk meeneemt. Volgens het rapport schort het aan de bijscholing van de leraren. Ik ging er altijd van uit dat degene die voor de klas staat alle listige sommetjes in een handomdraai oplost, maar het tegendeel blijkt waar. Ben wel benieuwd hoe die bijscholing er dan uitziet. Ik stel me een oude, grijze professor voor met zo’n typisch brilletje in het midden van een kring met twintig slecht geklede types van middelbare leeftijd met een onbenullige blik in de ogen. “Jantje heeft 7 appels geraapt” vertelt de professor. Met enige moeite slaan de aanwezigen dit op in hun hoofd. “Onderweg naar huis eet hij er stiekem eentje op en deelt er één uit aan zijn vriendinnetje Marietje” gaat de professor verder. “Hoeveel appels heeft Jantje nog als hij thuiskomt?” Schichtige en vertwijfelde blikken vliegen over en weer en sommigen beginnen zenuwachtig te draaien op hun stoel. Niemand durft een antwoord te gokken. Na twee lange minuten is er toch eentje die zijn vinger opsteekt. “Vijf?” De professor glimlacht voldaan. “Heel goed” zegt hij. Blij met de nieuwe informatie keren de leraren huiswaarts en kijken met vertrouwen uit naar het rekenuurtje van de volgende dag. Misschien hebben ze zelfs wel nieuwe hoop opgevat om dan de tafeltjes mee te kunnen dreunen.

\"\"